Robben Island … The Walk

Robben Island, 100 mijl in 24 uur. Hoe kwamen we daar ook alweer bij? Het begon natuurlijk met de enthousiaste verhalen die we vorig jaar na de eerste editie over de African Centurion Walk hoorden van de Nederlandse deelnemers. De filmpjes op de Facebook-pagina van Frans Leijtens mogen legendarisch genoemd worden, evenals de beschrijving van zijn belevenissen in de Wandelsportbode van de RWV november 2016.

Begin dit jaar werd de knoop doorgehakt. Corina liep de Bossche 100 alsof zij een avondwandelingetje door het Lierhout – een verzameling gras, bomen en struiken, gelardeerd met enkele kippen en geiten en afgemaakt met wat speeltoestellen voor kinderen, dat zich eufemistisch ‘Het Park’ van De Lier wenst te noemen – maakte en een hotel was snel geboekt, evenals de vliegreis. Corina hoefde alleen nog maar in vorm te blijven, voor mij werd dat wel een ander dingetje. Ik had op dat moment al een aantal jaren geen lange afstanden meer gelopen, dus dat werd voor mij een serieuze uitdaging.

De eerste vraag die ik mezelf stelde was met welke instelling ik aan dit project zou beginnen. Er honderd procent voor gaan, of gewoon gaan lopen en maar zien waar het schip strandt. De eerste keuze zou betekenen dat ik althans tot eind oktober afscheid zou moeten nemen van het snelwandelen over 5.000 en 10.000 meter. De training zou dan moeten bestaan uit lange duurlopen tussen 80 en 125 kilometer en interval-trainingen die zich uitstrekken over een kilometer of veertig.
De tweede keuze kwam er op neer dat ik lekker zou blijven trainen zoals ik dat al deed, aangevuld met een aantal lange tochten om in elk geval de kilometers in de benen te krijgen, natuurlijk rekening houdend met het NK-masters medio juni, want daar zou dan sportief gezien het hoogtepunt van het jaar moeten liggen.
De keuze was eigenlijk vrij snel gemaakt. Geen veranderingen in de trainingen, een selectie maken van lange afstanden en in Zuid-Afrika lekker gaan lopen en genieten.

Even voor het beeld, wat is mijn gebruikelijke training: maandag krachthonk, dinsdag hardlopen met de 10 km-groep van Olympus ’70 in Naaldwijk, woensdag krachthonk, op donderdag een duurloopje variërend van 5 tot 20 kilometer en variërend van 60 tot 80% van de maximale hartslag. De eerlijkheid dient wel te vermelden dat deze laatste er nog wel eens bij inschiet. In het weekend is er altijd wel een leuke wandeltocht of een leuke wedstrijd te vinden en als ik dan toevallig een keer niet hoef mee te organiseren of te jureren, dan komt het er wel eens van dat ik in zo’n weekend zelf loop. Naast deze trainingen heb ik dan nog in mijn boekje staan: Kennedymars Emmeloord, Kennedymars Someren, Vierdaagse Nijmegen, Rondje Goeree, Amsterdam-Tilburg en de 80 van de Glasstad. En passant in juni nog derde geworden op het eerdergenoemde NK door de nummer vier met een paar honderdsten van een seconde voor te blijven.
Corina liep in de voorbereiding mee in het wandelweekend in Weert, gewoon eens om te zien hoe dat zou gaan – een testloop zo u wilt – en behaalde daar de titel Continental Centurion met het volgnummer C455. Aletta besloot ook mee te lopen, niet voor honderd mijl, maar gewoon om te kijken of zij 50 mijl sneller zou kunnen lopen dan zij tot dan tot had gedaan. Ter aan- en bemoediging ging haar vriend Perry ook mee.

Vrijdag 20 oktober konden we ons de gehele dag melden ten kantore van Zailab om daar onze startnummers en een goody-bag in ontvangst te nemen. De bijzondere gangen van het kantoor staan al beschreven in het het verslag van Frans en het was best een leuke ervaring daar doorheen te lopen. Het kantoor zelf binnenstappend werden we direct opgevangen door een dame die naar onze dochter riep: ‘You must be Aletta …’ De conclusie dat wij dan Corina en Gerrit waren had zij snel getrokken om vervolgens haar nek ongeveer te verdraaien om Perry aan te kijken met de verontschuldiging dat ze zijn naam niet wist. Nadat we onze startnummers hadden ontvangen en onze chipbandjes hadden laten scannen kwamen we de Belgische afvaardiging tegen. Caroline Mestdagh, Rudie Schoors, Kim Janssen en Luc Soeteweij met het uit twee dames (van wie ik tot mij grote schande de namen niet meer weet) bestaande verzorgingsteam waren er ook helemaal klaar voor. Met elkaar keken we uit naar een mooi wandelweekend.
Als extra’s waren er nog tegen meerprijs t-shirts, armsleeves en sjaaltjes te verkrijgen. De t-shirts waren verkrijgbaar in de maten S, M, L en XL. Allemaal waren ze ongeveer even lang, ongeveer even breed, het verschil zat er vooral in dat de boordmaat van een S-je beduidend kleiner was dan die van een XL. One size fits all …

Zaterdagmorgen om 8.30 uur meldden wij ons bij de boot naar Robben Island. Het was ons bekend dat er zo’n dertig solo-loper zouden zijn, een paar duo’s die de 100 mile zouden verdelen en meerdere estafette teams die de afstand dus over vier deelnemers konden verdelen. De drukte was echter veel groter dan ik verwachtte, er stonden 477 mensen op de lijst die zich op enigerlei wijze met dit evenement gingen bezighouden. Solo walkers: België 4, Nederland 3, UK 1, Australia 1, Isle of Man 4, Zuid-Afrika 19 maakt een subtotaal van 32. Er waren vier tweepersoons-estafetteteams uit Zuid-Afrika ingeschreven. De vierpersoons-estafetteteams kwamen uit Australië 2 teams, België 1 team en Zuid-Afrika 54 teams. Het totale aantal wandelaars kwam daarmee op 268! Dan was er nog een crew van de organisatie en verzorgers die bij de diverse teams behoorden met een totaal van 209 personen.

De overtocht van drie kwartier zou voor mij een unieke worden. Er werd aangekondigd dat eigenlijk iedereen zeeziek zou worden op de oversteek. En wat ik in mijn hele leven ook gemankeerd heb, zeeziek was ik nog nooit geweest. Ging ik dat ook eens meemaken. Gedurende de oversteek merkte ik dat veel van de aanwezigen stiller werden, witter, geler, groener. Er kropen mensen in hoekjes of gingen op de grond liggen, probeerden buiten te gaan staan, heel leuk allemaal, maar voor mij was het een grote deceptie. Het scheepje stampte en slingerde lekker over de deining, bewoog ook wat mee op de golfslag maar geen bewegingen van bijzondere betekenis. Om de deernis van de landrotten niet groter te maken besloot ik maar niet te beginnen over de spiegeleieren met gebakken spek die voor een tocht als deze een bijzonder goede basis vormen.

Aangekomen op het eiland hadden we nog de keus om een korte rondleiding door de gevangenis te maken en als je er toch bent, waarom zou je niet van de gelegenheid gebruik maken. Als je de rondleiding niet deed, dan mocht je direct naar de verzorgingszone lopen, een kilometer verderop, deed je de tour wel, dan moest je in de bus plaatsnemen. Na, naar mijn zin, te lang wachten ging de bus eindelijk rijden en werden we na een tocht van pak ‘m beet vierhonderd meter voor de deur van de gevangenis afgezet. Daar werden we opgewacht door een gids die een aanzienlijk deel van zijn dagen als delinquent in die gevangenis heeft doorgebracht omdat hij op negentienjarige leeftijd een bomaanslag in Johannesburg pleegde en die ons een ontluisterende inkijk gaf van het leven van de politieke gevangenen die hier ten tijde van de apartheid opgesloten zaten. We mochten nog even in de cel kijken waarin Nelson Mandela veertien jaar woonde en daarna verlieten we als snel het gebouw en mochten we net als de anderen lopen naar het verzorgingsgebied langs het parcours.

Dat lopen daar is al bijzonder. Robben Island staat op de lijst met Werelderfgoed van Unesco en dat betekent dat je als toerist daar niets mag. Kort verhaal: je boekt een rondleiding op het eiland, je meldt je op de boot op de tijd die op je ticket staat, bij aankomst op het eiland ga je de bus in, je gaat naar de gevangenis voor een uitgebreide rondleiding, je gaat de bus weer in en dan word je naar een punt gebracht waar je je kunt vergapen aan de pinguïns, schildpadden en een rijkdom aan vogels, vervolgens rij je met de bus een rondje en word je bij de boot afgezet die je weer terugbrengt naar Kaapstad. Zelf het eiland verkennen is er dus niet bij. Een niet onbelangrijk deel van het wedstrijdparcours loopt over wegen op het eiland waar geen toerist ooit komt. Zoals gezegd, je mag er niets, volgens mij ook niet roken, maar dat kan ik verkeerd begrepen hebben. De rokende verzorgers waren zo sympathiek om niet in de verzorgingstenten te roken, maar aan de andere kant van de weg. Dat ze daarmee boven de wind gingen staan dat deerde hen niet, maar de wandelaars mochten gewoon door de dampen heen lopen.

Rond een uur of elf konden we dan onze verzorgingsplaats innemen. De organisatie had voorzien in een partytent per deelnemend land met daaronder een tafel en een paar stoelen. De landenvlag stond er zelfs bij! We waren al goed voorbereid op de verzorging die de organisatie zou bieden, wij hadden daartoe de relevante pagina’s van de Wandelsportbode van november vorig jaar nog maar eens geprint, maar ook omdat daarover in de communiqués naar de deelnemers de nodige informatie stond, hadden wij na het ophalen van onze startnummers de nodige boodschappen gedaan. Een klein tafeltje die we langs de weg konden zetten met een eenvoudige campingstoeltje, een koeltasje waar we bakjes yoghurt en kwark koel konden bewaren, voldoende en verschillende candybars, een soort muesli-repen die in de supermarkt door een bakker vers werden bereid, flesjes jus d’orange, zelfs enkele flesjes Coca Cola, hoewel dit onderweg vrijwel onbeperkt verkrijgbaar was en nog wat zoute zaken zoals chips en dergelijke. We kochten zelf een een fles mayonaise om de roemruchte aardappeltjes op smaak te brengen.

Om half twaalf werden we naar de start geroepen. Deze zou plaatsvinden onder de toegangspoort bij de haven, dus liepen we met z’n allen op het gemak weer terug om op klokslag twaalf uur van start te gaan. Mijn strategie was niet zo heel ingewikkeld. De eerste ronde zou elf kilometer zijn, daarna kregen we rondjes van 7,1 kilometer. De eerste drie ronden kwamen dan neer op ongeveer 25 kilometer (11+7+7) en daar wilde ik niet sneller zijn dan drie uur en een kwartier, een tempo van acht minuten per kilometer, ofwel 7,5 km/u. Vanaf de start liep het lekker. De eerste kilometers gebruikte ik om het gevoel in de benen te krijgen. Werd het acht minuten per kilometer, of een paar seconden sneller of langzamer, heel veel zou dat niet uitmaken. Na die drie ronden wilde ik temporiseren naar een uur per ronde, het mocht zelf iets minder snel, want voor de resterende 135 kilometer had ik dan nog 21 uur de tijd.

Het was prachtig weer, het is lente op het zuidelijk halfrond dus allerhande planten en struiken bloeiden dat het een aard had en vogels hadden het druk met elkaar en met nesten met eieren en jongen die gevoed dienden te worden. Schildpadden lagen loom tussen de overal aanwezige stenen en lieten zich opwarmen door de zon.
Daar tussendoor trok de stoet met wandelaars over keurig geasfalteerde wegen die langzaam maar zeker overgingen in paden met losliggende keitjes. Eerst langs de gevangenis naar de verzorgingsstraat, vervolgens richting het voormalige vliegveld waar we over paden liepen wat ooit de landingsbanen waren, vervolgens langs de zee, waterposten 1 en 2, weer richting de bewoonde wereld, slingerend door het dorp terug naar de verzorgingsstraat, dan over dezelfde weg als daarstraks terug richting de gevangenis, onder de poort bij de haven door, een rondje om wat gebouwen aldaar en de route weer op tot de verzorgingsstraat waar we ons polsbandje langs een scherm moesten halen waardoor wij als gepasseerd werden geregistreerd voor de eerste elf kilometer. Vanaf daar liepen we niet meer over het vliegveld, maar sneden we een stuk af direct naar de zee bij waterpost 1 waar we linksaf sloegen.
Vanaf  het punt waar we gescand werden bevond waterpost 1 zich op 1,75 kilometer, waterpost 1 op 3,6 kilometer, de eerste passage op de verzorgingsstraat op 4,6 kilometer. Dan bleef er nog 2,5 kilometer over naar de haven, langs de gevangenis terug naar de scanner, op dit deel van het traject ontbrak elke verzorging.

Al met al was het een gezellige bedoening. Iedereen had er zin in, iedereen sprak met iedereen over het evenement, de voorbereidingen, het eiland, Kaapstad, Zuid-Afrika en de respectievelijke landen van herkomst. Bij alle splitsingen van wegen zaten vrijwilligers die tot taak handden ons de juiste weg te wijzen, te applaudisseren en aan te moedigen. Teams van vier mensen die steeds met tweeën bij toerbeurt hun niet onbelangrijke tak vervulden. Ongemerkt ging de tijd voorbij en toen ik de derde keer de poort bij de haven passeerde bedacht ik dat ik wel eens kon kijken of ik nog wel op schema liep. Daar schrok ik wel even van, want het was nog geen drie uur en op dit punt zat ik op een kleine 23 kilometer, dat kon toch niet waar zijn! Nu heb ik op mijn telefoon een app met de naam Runkeeper staan en die had ik precies op het startschot aangezet. Deze gaf na drie uur lopen vrijwel precies 24 kilometer aan. Acht kilometers in het uur … zeven en een halve minuut per kilometer … dat is veel te snel, de rem moest er op. En dat bleek makkelijker gedacht dan gedaan. Elke keer als ik vertraagde bleek even later weer dat ik ongemerkt sneller was gaan lopen. Ik heb daardoor nog een hele ronde veel te snel afgelegd. Op dat moment, in de laatste paar kilometer van de vierde ronde besloot ik aan te sluiten bij een etsfetteloopster die ik aan het inhalen was. Zij was de tweede loopster van haar team en de eerste loper had een enorme voorsprong opgebouwd die zij aan het weggeven was. Het tempo zakte daardoor vrij behoorlijk en na een poosje kletsen besloot ik weer op eigen kracht verder te gaan en te proberen een tempo ergens tussen de acht-en-een-halve en negen minuten per kilometer te blijven. Dat is zes ronden vrij aardig gelukt, maar in ronde twaalf kreeg ik de rekening gepresenteerd van mijn onbesuisde start. Die ronde ging in 75 minuten, dus verloor ik in een keer vijftien minuten. Hoe ik er ook aan trok, ik kreeg de snelheid niet omhoog. Ik heb in die twaalfde ronde nog bij anderen aangehaakt, maar ik kon niet meer volgen en dus belandde ik bij de vraag die ik mezelf aan het begin van het jaar al stelde: met welke insteek begon ik hier aan. Vind ik het leuk om bij dit evenement aanwezig te zijn? Ja. Vind ik wandelen leuk? Ja. Vind ik wandelen op deze manier leuk? Nee. Oké, dan stop ik er mee. Beste lezer, ik zal u vertellen dat ik van die beslissing geen seconde spijt heb gekregen. Ik ben een paar uurtjes gaan slapen en ben vervolgens langs het parcours gaan zitten bij onze verzorgingstent waar Perry al gezelschap had gekregen van Aletta omdat zij zich ergens onderweg blesseerde en met ons drieën hebben we Corina naar de finish geholpen.

Intussen kijk je natuurlijk ook naar de andere wandelaars. Grootste interesse ging vanzelfsprekend uit naar de solo-lopers, maar ook de estafette-teams lieten interessante dingen zien. Er waren genoeg deelnemers die redelijk geslaagde pogingen tot snelwandelen deden, de meesten wandelden met ferme pas hun rondjes. Helaas waren er ook die het tempo belangrijker vonden dan de techniek en om toch voldoende snelheid te behouden overgingen tot iets wat meer op joggen leek dan op wandelen. En dat dan vooral deden om de concurrentie voor te blijven … een beetje jury zou in zo’n geval een nuttige taak hebben. Ik ben van mening dat een aantal estafette-team lager in uitslag waren gekomen indien zij zich aan de regels hadden gehouden. Helaas, deze Centurion wedstrijd heeft niet zoals in Engeland en hier in Nederland een wedstrijdleider, een scheidsrechter en een snelwandeljury die hun best doen een voor alle atleten faire wedstrijd te laten plaatsvinden. Maar dit terzijde.

Het was fantastisch om te zien hoe Robbie Callister in bijna 20:30:44 als eerste en met overmacht over de streep kwam. Andrew Titley die tweede werd in 21:51:24 was op dat moment nog niet eens aan zijn laatste ronde begonnen. Robbie had het hele veld gedubbeld! Kim Janssens was de nummer drie en de eerste Belg die de meet passeerde in 22:11:52. Luc Soeteweij werd vierde en de vijfde plaats was voor Rudie Schoors. Twee seconden voor Rudie finishte Caroline Mestdagh in 22:47:06 en die daarmee het vrouwenklassement op haar naam schreef. Corina werd tweede in een tijd van 23:33:37. Voor de volledige uitslag verwijs ik graag naar de website van de organisatie.
De uitreiking van de spelden en de medailles geschiedde direct nadat de atleet was gefinisht. Het schip dat ons terug zou varen naar het vaste land zou om 14.00 uur klaarliggen in de haven en we moesten ons daar om 13.00 uur melden, dus voor uitgebreide uitreikingen was er geen tijd. Voor Corina betekende dit dat zij een medaille omgehangen kreeg en de speld African Centurion nummer 27 kreeg uitgereikt.

Intussen werd er ook voortvarend opgeruimd. Op tijd in de haven zijn was belangrijk, want het schip zou speciaal voor ons varen. Natuurlijk was er namens de organisatie een speciaal woord van dank aan de deelnemers en aan de medewerkers. Ook de bovenbaas van Zailab, tevens de aanstichter van het evenement èn deelnemer Nour Addine Ayyoub sprak zijn grote waardering uit voor het werk van alle medewerkers en de prestaties van alle deelnemers. Ik denk dat hij erg trots mag zijn op de wijze waarop het hele team de organisatie neerzet, net zo trots als op zijn nummer 28 als African Centurion.

Terugvaren, dat ging nog niet vanzelf. Zoals gezegd, wij hadden een afspraak om 13.00 uur, een kleine groep deelnemers kon al snel aan boord van een schip, maar de rest moest wachten. Door een misverstand was er nog geen schip beschikbaar. We mochten voorbij de kaartcontrole de schaduw opzoeken, er zou een schip leeg vanaf de overkant vertrekken en rond 14.15 uur arriveren. Oké, wat er om 14.15 uur ook gebeurde, geen schip. Intussen zaten de uitgebluste deelnemers op de grond tegen muurtjes aan, probeerden wat te slapen of staarden in het niets voor zich uit. Ook bij de verzorgers was het beste er wel van af. Tot grote vreugde van de aanwezigen kwam rond 14.30 uur het schip waarmee wij zouden oversteken. Niet zomaar één, maar één die de overtocht in twintig minuten maakte in plaats van in drie kwartier. Ons werd wel gevraagd te wachten met aan boord gaan tot de arriverende passagiers gedebarkeerd hadden.

De oversteek verliep zonder noemenswaardige incidenten. De meesten sliepen al snel aan boord zodat de gevalletjes zeeziekte tot een minimum werden beperkt. Het stoeltje en tafeltje werden naast een vuilnisbak gezet, in Kaapstad niet ongewoon, want er zijn daar velen die in grote armoede leven en die deze goederen prima kunnen gebruiken. Een taxi bracht ons vlot terug naar het hotel en na een snelle douche ging het licht al snel uit.

Ik kijk terug op een heerlijk wandelweekend en raad iedereen aan die gelegenheid heeft deze uitdaging aan te gaan. Als je gewend bent aan het Nederlandse niveau van verzorging, ban dat even uit je systeem zoals wij dat ook deden en je hebt een wereld weekend.

Over gerritriezebos

Eigenwijze drukker, beetje uitgever, zebravinkenliefhebber en (snel-) wandelaar
Dit bericht werd geplaatst in wandelen en getagged met , , , . Maak dit favoriet permalink.

3 reacties op Robben Island … The Walk

  1. Jannie Bos zegt:

    wat een schitterend verslag, heb er van genoten.

  2. Hans zegt:

    Bedankt voor zo’n verslag Gerrit

  3. Prachtig verslag hoor Gerrit, geniet er maar van Corina proficiat! Arie Klootwijk

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s